Hace, desde, desde hace

Gebruik van

  1. Met ‘hace’ (geleden), geef je aan wanneer iets plaatsvond. Het heft betrekking op een gebeurtenis uit het verleden en geeft aan hoe lang geleden die gebeurtenis plaats vond:

Hace + una hora, algunos días, tres meses, mucho tiempo

Hace tres años llegué a Sevilla.

  1. Met ‘desde’ (sinds) wordt aangegeven sinds wanneer (tijdstip) iets bezig is. Het wordt een concrete tijdstip uit het verleiden aangeduid, waarop iets begon wat nog gaande is:

Desde + las 5 y media, 1985, mi viaje a Madrid

Desde 2003 vivimos en Madrid

  1. Met ‘desde hace’ (sinds) geef je aan hoelang (periode) iets duurt. Het heeft ook betrekking op iets dat nu nog gaande is, maar in plaats van een concrete tijdstip geeft het de sindsdien verstreken periode aan:

Desde hace + una hora, tres meses

Desde hace tres años vivimos en Madrid

Het is nu 2015, in het jaar 2010 ben ik begonnen Spaans te studeren:

  1. Empecé a estudiar español hace 5 años
  2. Estudio español desde 2010
  3. Estudio español desde hace 5 años

Muy / mucho

MUY (zeer/erg) / bijwoord   →  voor bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden

Muy bonito (bijvoeglijke naamwoord)

Muy bien (bijwoord)

Es un plato _____muy______caro

Hablo _____muy____ bien español

MUCHO (veel) / als bijvoeglijke naamwoord  →bij een zelfstandig naamwoord

Tengo ___muchos____libros

Tengo___muchas_____casas

MUCHO (veel/vaak) / als bijwoord  →  bij werkwoorden of alleen

Me gusta ___mucho___tu casa

Viajo__mucho____a España

¿Te gusta el café?

Sí, __mucho__

Trappen van vergelijking

groot grande
groter más grande / mayor
 grootst  el más grande
   
klein pequeño
kleiner más pequeño / menor
 klinst  el más pequeño
   
mooi bonito
mooier más bonito
mooist el más bonito
   
goed bueno
beter mejor
best el mejor
   
slecht malo
slechter peor
slechtst el peor
   
veel mucho
meer más
het meest el más
   
weinig poco
minder menos
het minst el menos

BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN

BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN

                                                    Zelfstandig gebruik

Mi (s)                                                                Mío/a(s)

Tu (s)                                                                Tuyo/a(s)

Su (s)                                                                Suyo/a(s)

Nuestro/a (s)                                                  Nuestro/a(s)

Vuestro/a (s)                                                   Vuestro/a(s)

Su (s)                                                                Suyo/a(s)              

Voorbeeld:   

‘Mi libro’                                                          ‘El mío’ 

‘Mi casa’                                                           ‘La mía’

Perífrasis verbales / verbale perifrase

Perífrasis con infinitivo
Acabar de + infinitief net klaar zijn met

net gedaan hebben

Acabo de cantar esta mañana

Soler (o>ue) + infinitief gewoon zijn te,

gewend zijn te

Suelo cantar por las mañanas

Comenzar (e>ie) a + infinitief beginnen te

Comienzo a cantar

Empezar (e>ie) a + infinitief beginnen te

Empiezo a cantar

Ponerse (1e pongo) a + infinitief beginnen te

Me pongo a cantar

Terminar de + infinitief ophouden met

Termino de cantar

Volver (o>ue) a + infinitief opnieuw (doen),  weer (doen)

Vuelvo a cantar

Estar a punto de + infinitief op het punt staan iets te doen

Estoy a punto de cantar

Dejar de + infinitief Stoppen met

Dejo de cantar

Parar de + infinitief Stoppen met

Paro de cantar

Ir a + infinitief Voy a cantar

 

Perífrasis con gerundio
Seguir (1e sigo) + gerundio doorgaan met,  blijven

verder gaan met,  voortgaan met

Sigo cantando

Llevar  + gerundio Llevo cantando
Estar (1e estoy) + gerundio Estoy cantando

−Hoy voy a limpiar la casa –le he dicho esta mañana a mi marido.

Cuando estaba a punto de empezar ha llamado mi amiga por teléfono. Se ha puesto a llorar porque ha vuelto a trabajar desde hace poco y no le gustan sus compañeros de trabajo. Mi amiga es muy simpática, pero habla demasiado. Hace rato que yo he parado de hablar, pero ella no se ha dado cuenta y sigue hablando sin parar. He dejado de escuchar realmente, pero ella sigue contándome sus problemas.

Cuando he terminado de escuchar a mi amiga, me he puesto a ordenar la casa. He *echado la ropa sucia a lavar y he guardado la ropa que había encima de la silla.

He mirado por la ventana, está cubierta de pequeñas y grandes gotas de agua. Sigue lloviendo sin parar desde hace horas. Es uno de esos días que te apetece estar en casa. He puesto la radio en la cocina y me he puesto a lavar los platos. Mi marido ha comenzado a pasar la aspiradora.

No he podido terminar de limpiar mi casa porque mi amiga ha vuelto a llamar por teléfono.

TARTA DE CHOCOLATE

tarta-de-chocolate

Ingrediënten

  • 200 gr bittere chocolade
  • 100 gr pijnboompitten
  • 125 gr zachte boter (+ 2 tl boter voor invetten)
  • 4 eieren
  • 100 gr suiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 50 gr bloem
  • Poedersuiker & cacaopoeder voor bestrooien

Bereiding

  • Pijnboompitten heel fijn hakken
  • De oven voorverwarmen op 150 gr
  • De eieren splitsen (1 bakje eiwit, 1 bakje dooiers)
  • De chocolade in stukken breken en au bain-marie laten smelten (daarna handwarm laten worden)
  • De eiwitten met de mixer tot een stijve, licht glanzende massa kloppen.
  • De boter, suiker en vanillesuiker in een mengkom doen en met de mixer gladkloppen. De dooiers één voor één erdoor kloppen, steeds net zo lang kloppen tot er geen spoor van de dooier meer te zien is.
  • De chocolade lepelsgewijs erdoor roeren, de pijnboompitten ook
  • De eiwitten erop leggen en de bloem erover strooien (bloem eerst zeven). Nu alles met de mixer door elkaar kloppen
  • De massa in de ingevette vorm overdoen. De taart in de voorverwarmde over op de middelste richel 50 – 60 min. bakken
  • Met een houten prikker in het midden steken. Als de prikker droog is, is de taart gaar
  • De taart buiten de oven zo’n 15 min. in de vorm laten staan, dan uit de vorm halen en op een taartrooster helemaal laten afkoelen
  • Met zeefje eerst poedersuiker en dan cacao erover stroien

Serveren

Onder het genot van een kopje thee of koffie.

Estar + voltooid deelwoord

  • Estar + voltooid deelwoord 

Gebruik: Geeft de staat of omstandigheden van het onderwerp aan als resultaat van een handeling of gebeurtenis.

Let op! Het voltooid deelwoord komt in geslacht en getal overeen met het onderwerp.

El ordenador está roto             La puerta está rota

Voorbeelden:

1.María se sienta                           Ella está sentada

2.Escribo la carta                           La carta está escrita

3.Pinto mi casa                               Mi casa está pintada

4.Carlos se enfada                         Él está enfadado

5.Sirvo la cena                                La cena está servida

6.Me invita a la fiesta                   Yo estoy invitada