Emigreren naar Spanje? Dit moet je weten over wonen & leven in Spanje

Droom je van een nieuw leven onder de Spaanse zon? Steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om te emigreren naar Spanje – voor rust, ruimte, zon en een betere levenskwaliteit. Maar hoe pak je het aan? En wat komt er allemaal bij kijken als je wilt wonen in Spanje?

Of je nu op zoek bent naar een tweede huis, een pensioenbestemming of een permanent nieuw begin: leven in Spanje is een avontuur dat voorbereiding vraagt, maar ook ongelofelijk veel oplevert.

Waarom emigreren naar Spanje?

Spanje heeft alles: een zonnig klimaat, betaalbare levensstandaard, een ontspannen levensstijl, heerlijke keuken, én vriendelijke mensen. Of je nu kiest voor Andalusië, de Costa Blanca of een rustige plek in het binnenland – Spanje voelt al snel als thuis.📚Lees meer Spaans Taalbureau Rivas – Taalreis Spaans in Marbella Bekijk hier onze taalreis Spaans in Marbella – speciaal voor wie zich écht wil voorbereiden op het Spaanse leven.

Klaar voor je nieuwe leven in Spanje?

Of je nu nog droomt van je vertrek of al concrete plannen hebt: emigreren naar Spanje is een prachtige stap. Met de juiste voorbereiding kun je volop genieten van het leven daar. Wonen in Spanje betekent leven in het moment, de kleine dingen waarderen en jezelf opnieuw ontdekken in een compleet nieuwe omgeving.

En dan: de taal, Spaans leren dus.

Als je écht wilt integreren, kansen wilt pakken én een beetje serieus genomen wilt worden op werkgebied, dan is Spaans leren geen luxe – het is een must.

Spaans leren in de zon

Stel je voor: je zit op een terras in het zonnige Marbella, een café con leche in de hand, en je voert een écht gesprek met een local – in het Spaans!

Klinkt als magie? Nee hoor, gewoon onze Taalreis Spaans naar Marbella. Onze methode helpt je snel en effectief naar het niveau dat jij nodig hebt. Onze taalreis is intensief van opzet: je werkt van vroeg in de ochtend tot laat in de avond met de taal, meerdere dagen achtereen. De variatie in het lesprogramma zorgt voor een efficiënte leerdynamiek, waardoor je de stof snel eigen maakt en toepast. 📚Lees meer Spaans Taalbureau Rivas – Taalreis Spaans in Marbella Bekijk hier onze taalreis Spaans in Marbella – speciaal voor wie zich écht wil voorbereiden op het Spaanse leven.


Tags#cursus#digitalnomadspanje#dromennajagen#emigratieleven#emigratietips#gezelligleren#innovatiefleren#leveninspanje#nederlandersinspanje#nieuwbegininspanje#offline#online#spaansavontuur#spaansecultuur#spaansezon#spaansindepraktijk#spaansleren#spaanslerenbijrivas#spaansopmaat#spaansrivas#spaansspreken#spaanstaalbureaurivas#spaanstaligewereld#spaansvoorbedrijven#spaansvooremigranten#succesverhalen#taalcursusspaans#taalsucces#taaltrainingspaans#uitgeverijrivas#verhuizennaarspanje#werkeninspanje#woneninspanjeemigrerennaarspanjespanje

Verhuizen naar Spanje

Waarom Spaans leren onmisbaar is als je naar Spanje verhuist

Verhuizen naar Spanje? ¡Qué bien! Of je nu droomt van een huisje aan de Costa del Sol, tapas op een terrasje in Sevilla of een rustig bestaan op het platteland van Galicië – één ding is zeker: je leven wordt een stuk aangenamer (en minder gênant) als je Spaans spreekt.

“Dos cervezas, por favor” is niet genoeg

Natuurlijk kun je met handen en voeten een biertje bestellen. Maar wat als de monteur vraagt of je waterdruk normaal is, of de huisarts iets vertelt over je riñones (dat zijn je nieren, niet je ringen)? Zonder Spaans ben je snel afhankelijk van Google Translate – en laten we eerlijk zijn, dat levert in de meeste gevallenmeer komedie op dan duidelijkheid.

Lokale connecties maken

Spanjaarden staan bekend om hun warmte, gastvrijheid en eindeloze gespreksstof. Over het algemeen spreken Spanjaarden de Engelese taal zelden. Met wat basis-Spaans (en ja, een glimlach helpt ook) open je deuren naar buurpraatjes, uitnodigingen voor paella op zondag en een plekje in de gemeenschap.

Minder stress, meer zelfvertrouwen

Administratieve zaken, van internet aansluiten tot het regelen van je NIE-nummer, zijn al ingewikkeld genoeg. Spaans spreken geeft je grip op de situatie – en voorkomt dat je per ongeluk toestemming geeft voor een dakrenovatie terwijl je eigenlijk een nieuwe watermeter wilde.

Spaans is een investering – ook buiten Spanje

Wist je dat Spaans wereldwijd de op twee na meest gesproken taal is? Dus zelfs als je ooit besluit Spanje in te ruilen voor bijvoorbeeld Latijns-Amerika (of gewoon voor Netflix-series als La Casa de Papel), blijft je kennis waardevol.

Je leert het sneller dan je denkt

Spaans is voor Nederlandstaligen verrassend toegankelijk. Veel woorden lijken op het Engels of Frans, de grammatica is logisch opgebouwd, en het allerbelangrijkste: je woont straks in een land waar je elke dag kunt oefenen. Zelfs de supermarkt is een klaslokaal (let maar eens op: oferta betekent “aanbieding”, niet “offerte”).

Kortom: Spaans leren is géén luxe, het is je sleutel tot een soepeler, leuker en rijker leven in Spanje. En maak je geen zorgen over fouten – die maken we allemaal. Spanjaarden waarderen je inzet enorm, ook als je per ongeluk zegt dat je “je nieuwe buren hebt opgegeten in plaats van dat je je nieuwe buren hebt ontmoet” (he comido a mis vecinos i.p.v. he conocido a mis vecinos).

Daarom: Spaans leren bij Spaans Taalbureau Rivas

Bij Spaans Taalbureau Rivas helpen we je niet alleen met grammatica en woordjes, maar vooral met praktisch Spaans. De taal die je écht nodig hebt als je daar straks je leven opbouwt.

Wat maakt onze cursussen uniek?

✅ Persoonlijke aanpak – Kleine groepen en aandacht voor jouw leerstijl. Geen taalfabriek, maar maatwerk.

✅ Ervaren native docenten – Je leert Spaans zoals het écht gesproken wordt

✅ Focus op situaties uit het dagelijks leven – Van boodschappen doen en doktersafspraken tot een praatje maken op het dorpsplein.

✅ Online én klassikaal – Flexibel in te passen in je agenda, zelfs als je al aan het inpakken bent. Je kunt de cursussen bij ons volgen op locatie of door middel van onze leermethode voorzien van audio- en videobegeleiding.

✅ Speciaal voor Spanje-gangers – We weten wat je nodig hebt, want we begeleiden al jaren mensen die naar Spanje emigreren.

Spaans leren = investeren in je nieuwe leven

Spaans spreken maakt je zelfstandiger, zelfverzekerder én socialer. Je wordt geen toerist met een huis in Spanje, maar een volwaardig lid van je nieuwe gemeenschap.

En het leuke is: Spaans leren kan ook nog eens heel leuk zijn. Zeker bij ons. Verwacht geen saaie lessen, maar een warme sfeer, praktische oefeningen en af en toe een stevige lach (bijvoorbeeld als iemand per ongeluk zegt “Estoy bueno/a”
💪 Je denkt dat je zegt: “Ik voel me goed.”
Maar Estoy bueno betekent: “Ik ben aantrekkelijk.”
✔ Zeg liever: Me siento bien.

Klaar om de eerste stap te zetten?
Bekijk onze cursussen op  Spaans Taalbureau Rivas – Cursusaanbod  of neem contact op voor een gratis intakegesprek. We helpen je graag op weg – én onderweg – naar jouw Spaanse avontuur.

Want Spaans leer je niet alleen met je hoofd, maar vooral met je hart.
¡Hasta pronto!

Met mij, voor mij, aan mij

Con- met                            para- voor                             a- aan

 Conmigo                              para mí                                  a mí

Contigo                                 para ti                                    a ti

Con él, ella, usted               para él, ella, usted               a él, ella, usted

Con nosotros/as                  para nosotros/as                  a nosotros/as

Con vosotros/as                  para vosotros/as                   a vosotros/as

Con ellos/as, ustedes         para ellos/as, ustedes          a ellos/as, ustedes

Lijdend voorwerp / Meewerkend voorwerp

                                           Lijdend voorwerp               Meewerkend voorwerp 

Yo                                          me                                         me

Tú                                          te                                            te

Él, ella, usted                      lo, la                                      le (se)

Nosotros/as                         nos                                        nos

Vosotros/as                          os                                          os

Ellos/ellas, ustedes            los, las                                 les (se)

Meewerkend voorwerp + Lijdend voorwerp + Werkwoord

 

 

Linzensoep met spinazie

lentejas

Ingrediënten

  •  2 lepels olijfolie
  • 2 grote uien, in halve ringen
  • 2 tenen knoflook, dunne plakjes
  • snufje gemalen komijn
  • 3 groentebouillontabletten
  • 250 gr. Blonde linzen
  •  +/- 300 gr. verse spinazie, steeltjes verwijderd, grof gehakt.

Bereiding

Olie verhitten in soeppan. Uien toevoegen, middelhoog vuur in 4 min glazig. Knoflook toevoegen, vuur laag. Komijn toevoegen en even 2 minuutjes bakken. Bouillonblokken in 1,5 liter kokend water oplossen, dan in de pan. Voeg linzen toe en laat op laag vuur +/- 35 min. gaar worden.Als linzen gaar zijn de grof gehakte spinazie erbij, 1 minuutje doorkoken.

Serveren

Warm

 

Kip met pruimen en bier

pollo-nueva

Ingrediënten (4 personen)

  • 4 kippenbouten
  •  1,5 kilo uien
  •  3 zakjes gedroogde pruimen zonder pit (750 gr)
  • 100 gr. pijnboompitten
  •  3  blikjes bier
  •  snufje zout en peper

Bereiding

De kip in een pan halfgaar braden. In een andere pan de uien goud bakken, vervolgens de bier en half gebraden kip toevoegen. Alles zacht laten koken, totdat de kip gebraden is. Pijnboompitten toevoegen.

Serveren

Samen met schijfjes aardappelen en champignons met knoflook

Kabeljauw beignets

bunuelos-de-bacalao

Ingrediënten

  • 150 gr. kabeljauw
  • 100 cc. water.
  • ¼ lepeltje bakpoeder
  • 110 gr. meel
  • snufje saffraan of kurkuma
  • 1 ei
  • 1 ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 bosje peterselie
  •  snufje zout
  • zonnebloemolie om te bakken

Bereiding

Het vel van de kabeljauw eraf halen en de graatjes er tussenuit. De kabeljauw verbrokkelen en in een grote kom mengen met het ei, de meel, het water, de bakpoeder, een snufje zout en saffraan of kurkuma. Goed roeren, voeg de ui toe met de fijngehakte peterselie en knoflook. Blijven roeren totdat het één geheel wordt.

Balletjes maken met het beslag en in voorverwarmde zonnebloemolie bakken totdat ze goudkleurig worden.

Serveren

Op een bedje sla met een beetje citroen. Warm smaakt het beste, maar koud kan ook.

Subjuntivo

Wordt gebruikt om wens, gevoel, verbod, mogelijkheid, onzekerheid, hypothese en subjectiviteit uit te drukken.

Met werkwoorden die invloed van een onderwerp op andere onderwerp uiten, alleen als de onderwerpen verschillend zijn.

‘Siempre intento llegar a tiempo’

‘Siempre intento que mis alumnos lleguen a tiempo’ (Subjuntivo, want in deze zin zijn er 2 onderwerpen, de eerste is ‘yo’ en de tweede is ‘los alumnos’)

Na ‘para que’ = opdat

Vamos a Barcelona para que veas la basílica de la Sagrada Familia

Na ‘que’ of ‘ojalá’ om een wens te uiten

¡Que duermas bien!

¡Que te mejores!

¡Que aproveche!

¡Que tengas buen viaje!

Met werkwoorden van verstand, taal en perceptie:

Hoofdwerkwoord wordt onkend:

‘No me parece que esa sea una buena solución’

‘Nosotros no hemos dicho que sea difícil’

‘Mi profesora dice que he progresado pero yo no he notado que hable mejor’

Werkworden van verstand→ saber, creer, parecer, imaginar, sospechar, suponer

Werkworden van taal→contar, decir, opinar

Werkworden van Perceptie→ sentir, darse cuenta, notar, oír, ver, oler

Uidrukkingen die subjuntivo eisen

Es mejor que          Conviene que = es conveniente / es bueno que

Basta con que = es suficiente con que          Puede que = es posible que

Es importante, es incierto, es interesante, es necesario, es probable, hace falta, de ahí que

Werkwoorden die subjuntivo eisen

aconsejar-                                        aanraden, adviseren

desear-                                              wensen

decir-                                                 zeggen

exigir-                                                opeisen, vereisen

impedir-                                           verhinderen, tegenhouden

dejar/permitir-                               toelaten

pedir/suplicar/ rogar-                  vragen, smeken, verzoeken

prohibir-                                          verbieden

querer-                                             willen

mandar/ordenar/obligar-           bevelen, dwingen

recomendar-                                   aanbevelen

causar-                                             veroorzaken

hacer-                                               doen, maken

conseguir-                                        (ver)krijgen,  bereiken

obtener-                                            krijgen

El profesor nos dice que hagamos los ejercicios

Te deseo que tengas buen viaje

Te ruego que borres la pizarra

Le recomiendo que vea la película

Te ordeno que vengas inmediatamente

La madre le prohibe al niño que salga

¿Me permite que le haga una pregunta?

El jefe le manda a la secretaria que eche la carta urgentemente

Te pido que me ayudes a llevar las maletas

El mal tiempo impide que salgamos de excursión

Bij twijfel, ontkenning

Dudar de, ser dudoso, ignorar, ser (im)posible, negar, ser (im)probable, poder ser

Espero que Carmen vuelva a casa esta tarde

Bij wens

Quiero que Carmen vuelva a casa esta tarde

Bij gevoel

Es absurdo, es extraño, es raro, es triste, es una pena, es una lástima, agradecer, alegrarse de, celebrar, esperar, estar contento de, gustar, lamentar, molestar perdonar, sentir, temer.

Me alegro de que Carmen vuelva a casa esta tarde

Esperamos que lo hayan pasado bien

El ministro lamentó que nadie se diera cuenta

Es una pena que nadie se diera cuenta

Qué curioso que nadie se diera cuenta

Bij onzekerheid

Es posible que Carmen vuelva a casa esta tarde

No es seguro que Carmen vuelva a casa esta tarde. 

Bij invloed

Querer, desear, solicitar, rogar, aconsejar, recomendar, preferir, sugerir

Carmen quiere que yo la ayude

Carmen me ha prohibido que la ayude

Carmen me aconsejó que trabajara menos

Es necesario que lo digas todo

Es mejor que te calles

Vorming van Subjuntivo

Werkwoorden op ar: krijgen een + e in de uitgang

Werkwoorden op er / ir: krijgen een + a in de uitgang

De vormen zijn gelijk aan die van de ontkennende Imperativo

REGELMATIGE  VORMEN Tegenwoordige tijd Subjuntivo

Enkelvoud (eerste, tweede, derde persoon)

Verbos / Pro Yo Usted, Él, Ella
abrir abra abras abra
aceptar acepte aceptes acepte
aprender aprenda aprendas aprenda
bailar baile bailes baile
beber beba bebas beba
cambiar cambie cambies cambie
caminar camine camines camine
cancelar cancele canceles cancele
cantar cante cantes cante
casarse me case te cases se case
comer coma comas coma
comprar compre compres compre
contestar conteste contestes conteste
correr corra corras corra
cortar corte cortes corte
creer crea creas crea
dañar dañe dañes dañe
dar dé des dé
dejar deje dejes deje
deletrear deletree deletrees deletree
dibujar dibuje dibujes dibuje
enseñar enseñe enseñes enseñe
enviar envíe envíes envíe
escribir escriba escribas escriba
escuchar escuche escuches escuche
esperar espere esperes espere
estar esté estés esté
estudiar estudie estudies estudie
firmar firme firmes firme
fumar fume fumes fume
gastar gaste gastes gaste
gustar guste gustes guste
hablar hable hables hable
intentar intente intentes intente
leer lea leas lea
limpiar limpie limpies limpie
llenar llene llenes llene
mirar mire mires mire
nadar nade nades nade
necesitar necesite necesites necesite
olvidar olvide olvides olvide
parar pare pares pare
peinar peine peines peine
preguntar pregunte preguntes pregunte
preocuparse me preocupe te preocupes se preocupe
prestar preste prestes preste
quejarse me queje te quejes se queje
reparar repare repares repare
responder responda respondas responda
romper rompa rompas rompa
ser sea seas sea
terminar termine termines termine
tomar tome tomes tome
toser tosa tosas tosa
trabajar trabaje trabajes trabaje
usar use uses use
vender venda vendas venda
ver vea veas vea
viajar viaje viajes viaje
vivir viva vivas viva

Meervoud (eerste, tweede, derde personen)

Verbos / Pro Nosotros Vosotros Ustedes, Ellos/as
abrir abramos abráis abran
aceptar aceptemos aceptéis acepten
aprender aprendamos aprendáis aprendan
bailar bailemos bailéis bailen
beber bebamos bebáis beban
cambiar cambiemos cambiéis cambien
caminar caminemos caminéis caminen
cancelar cancelemos canceléis cancelen
cantar cantemos cantéis canten
casarse nos casemos os caséis se casen
comer comamos comáis coman
comprar compremos compréis compren
contestar contestemos contestéis contesten
correr corramos corráis corran
cortar cortemos cortéis corten
creer creamos creáis crean
dañar dañemos dañéis dañen
dar demos déis den
dejar dejemos dejéis dejen
deletrear deletreemos deletreéis deletreen
dibujar dibujemos dibujéis dibujen
enseñar enseñemos enseñéis enseñen
enviar enviemos enviéis envíen
escribir escribamos escribáis escriban
escuchar escuchemos escuchéis escuchen
esperar esperemos esperéis esperen
estar estemos estéis estén
estudiar estudiemos estudiéis estudien
firmar firmemos firméis firmen
fumar fumemos fuméis fumen
gastar gastemos gastéis gasten
gustar gustemos gustéis gusten
hablar hablemos habléis hablen
intentar intentemos intentéis intenten
leer leamos leáis lean
limpiar limpiemos limpiéis limpien
llenar llenemos llenéis llenen
mirar miremos miréis miren
nadar nademos nadéis naden
necesitar necesitemos necesite necesiten
olvidar olvidemos olvidéis olviden
parar paremos paréis paren
peinar peinemos peinéis peinen
preguntar preguntemos preguntéis pregunten
preocuparse nos preocupemos os preocupéis se preocupen
prestar prestemos prestéis presten
quejarse nos quejemos os quejéis se quejen
reparar reparemos reparéis reparen
responder respondamos respondáis respondan
romper rompamos rompáis rompan
ser seamos seáis sean
terminar terminemos terminéis terminen
tomar tomemos toméis tomen
toser tosamos tosáis tosan
trabajar trabajemos trabajéis trabajen
usar usemos uséis usen
vender vendamos vendáis vendan
ver veamos veáis vean
viajar viajemos viajéis viajen
vivir vivamos viváis vivan


ONREGELMATIGE  VORMEN
Tegenwoordige tijd Subjuntivo

Enkelvoud (eerste, tweede, derde persoon)

 werkwoord Yo Usted, Él, Ella
apagar apague apagues apague
buscar busque busques busque
caber quepa quepas quepa
caerse me caiga te caigas se caiga
cerrar cierre cierres cierre
comenzar comience comiences comience
conducir conduzca conduzcas conduzca
conocer conozca conozcas conozca
contar cuente cuentes cuente
decir diga digas diga
despertarse me despierte te despiertes se despierte
dormir duerma duermas duerma
empezar empiece empieces empiece
encender encienda enciendas encienda
encontrar encuentre encuentres encuentre
entender entienda entiendas entienda
explicar explique expliques explique
hacer haga hagas haga
herir hiera hieras hiera
ir vaya vayas vaya
jugar juegue juegues juegue
llover llueva
oir oiga oigas oiga
organizar organice organices organice
pagar pague pagues pague
pedir pida pidas pida
pensar piense pienses piense
perder pierda pierdas pierda
poder pueda puedas pueda
poner ponga pongas ponga
querer quiera quieras quiera
saber sepa sepas sepa
salir salga salgas salga
sentarse me siente te sientes se siente
sentir sienta sientas sienta
tener tenga tengas tenga
tocar toque toques toque
traducir traduzca traduzcas traduzca
traer traiga traigas traiga
volar vuele vueles vuele

Meervoud (eerste, tweede, derde personen)

 werkwoord Nosotros Vosotros Ustedes, Ellos/as
apagar apaguemos apaguéis apaguen
buscar busquemos busquéis busquen
caber quepamos quepáis quepan
caerse nos caigamos os caigáis se caigan
cerrar cerremos cerréis cierren
comenzar comencemos comencéis comiencen
conducir conduzcamos conduzcáis conduzcan
conocer conozcamos conozcáis conozcan
contar contemos contáis cuenten
decir digamos digáis digan
despertarse nos despertemos os despertéis se despierten
dormir durmamos durmáis duerman
empezar empecemos empecéis empiecen
encender encendamos encendáis enciendan
encontrar encontremos encontréis encuentren
entender entendamos entendáis entiendan
explicar expliquemos expliquéis expliquen
hacer hagamos hagáis hagan
herir hiramos hiráis hieran
ir vayamos vayáis vayan
jugar juguemos juguéis jueguen
llover
oir oigamos oigáis oigan
organizar organicemos organicéis organicen
pagar paguemos paguéis paguen
pedir pidamos pidáis pidan
pensar pensemos penséis piensen
perder perdamos perdáis pierdan
poder podamos podáis puedan
poner pongamos pongáis pongan
querer queramos queráis quieran
saber sepamos sepáis sepan
salir salgamos salgáis salgan
sentarse nos sentemos os sentéis se sienten
sentir sintamos sintáis sientan
tener tengamos tengáis tengan
tocar toquemos toquéis toquen
traducir traduzcamos traduzcáis traduzcan
traer traigamos traigáis traigan
volar volemos voléis vuelen