Muy / mucho

MUY (zeer/erg) / bijwoord   →  voor bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden

Muy bonito (bijvoeglijke naamwoord)

Muy bien (bijwoord)

Es un plato _____muy______caro

Hablo _____muy____ bien español

MUCHO (veel) / als bijvoeglijke naamwoord  →bij een zelfstandig naamwoord

Tengo ___muchos____libros

Tengo___muchas_____casas

MUCHO (veel/vaak) / als bijwoord  →  bij werkwoorden of alleen

Me gusta ___mucho___tu casa

Viajo__mucho____a España

¿Te gusta el café?

Sí, __mucho__